
Veel lokale besturen beschikken over een uitgebreid gebouwenpatrimonium, maar hebben vaak beperkte capaciteit om hun energieverbruik structureel op te volgen. Daardoor blijven eenvoudige optimalisaties regelmatig liggen, terwijl zogenaamde “geen spijt-maatregelen” snel en aantoonbaar energie kunnen besparen.
Veel lokale besturen beschikken over een groot patrimonium aan gebouwen, maar hebben slechts beperkte tijd en capaciteit om hun energieverbruik structureel op te volgen. Daardoor blijven eenvoudige optimalisaties vaak onbenut. Nochtans kunnen deze zogenaamde “geen spijt-maatregelen” snel en aantoonbaar energie besparen.
Het Rollend Capaciteitsfonds, een initiatief van de VVSG, wil precies dat probleem aanpakken: door expertise in te zetten voor actief energiebeheer kunnen lokale besturen concrete besparingen realiseren, die vervolgens opnieuw ruimte creëren voor verdere verbeteringen.
Expertise inzetten waar ze het meeste effect heeft
Binnen dit project werkte Factor4 mee aan zowel fase 1 als fase 2. Daarbij werd ongeveer €60.000 aan experturen ingezet om lokale besturen te ondersteunen bij het identificeren en realiseren van energiebesparingen in hun gebouwen.
Het principe van deze aanpak is bewust eenvoudig: de middelen van het fonds worden niet gebruikt voor investeringen in installaties, maar voor technische analyse en begeleiding.
Onze rol bestond onder meer uit:
analyse van energieverbruiken in gebouwen
identificeren van concrete energiebesparende maatregelen
ondersteuning bij het optimaliseren van technische installaties
objectief aantonen van gerealiseerde besparingen
De focus lag daarbij vaak op relatief eenvoudige optimalisaties, zoals:
het correct instellen van stooklijnen en kloktijden
het optimaliseren van ventilatie- en verwarmingsinstallaties
het verbeteren van regeling en sturing van installaties
het opsporen van kleine technische defecten met een grote impact op energieverbruik
Hoewel deze maatregelen doorgaans beperkte investeringen vereisen, kunnen ze op korte termijn significante energiebesparingen opleveren.
Besparingen objectief aantonen
Een belangrijk onderdeel van het project was niet alleen het identificeren van maatregelen, maar ook het objectief aantonen van de gerealiseerde besparing. Voor elk betrokken gebouw werd het energieverbruik geanalyseerd vóór en na de uitvoering van maatregelen, op basis van meetdata en technische berekeningen. Op die manier kan worden vastgesteld of de beoogde energiebesparing daadwerkelijk wordt gerealiseerd.
Van pilootproject naar bredere toepassing
Tijdens fase 1 werd het concept van het rollend capaciteitsfonds getest bij een aantal lokale besturen. De positieve resultaten bevestigden dat gerichte expertise rond energiebeheer snel waarde kan creëren.
In fase 2 werd het project opgeschaald via samenwerking met intercommunales, waardoor de methodiek bij een grotere groep gemeenten kon worden toegepast.
Dit project toont dat in bestaande gebouwen vaak een aanzienlijk besparingspotentieel aanwezig is, zelfs zonder grote investeringen. Voorwaarde is wel dat de juiste maatregelen technisch correct worden geïdentificeerd, dat ze zorgvuldig worden uitgevoerd en dat de gerealiseerde resultaten nadien objectief worden opgevolgd en aangetoond.
Samen werken aan structureel energiebeheer
Factor4 kijkt met veel tevredenheid terug op de samenwerking binnen dit project en bedankt VVSG, de betrokken lokale besturen en de intercommunales voor het vertrouwen en de constructieve samenwerking.
Lokale besturen die verder werk willen maken van actief energiebeheer kunnen vandaag nog steeds beroep doen op deze expertise. In afstemming met het Vlaams Energiebedrijf (VEB) maakt Factor4 deel uit van het aanbod consultancy energie-efficiëntie en regeltechnische optimalisatie. Op die manier kunnen gemeenten ook in de toekomst rekenen op technische ondersteuning om energiebesparingen in hun gebouwen te identificeren, te realiseren en objectief op te volgen.


Veel lokale besturen beschikken over een uitgebreid gebouwenpatrimonium, maar hebben vaak beperkte capaciteit om hun energieverbruik structureel op te volgen. Daardoor blijven eenvoudige optimalisaties regelmatig liggen, terwijl zogenaamde “geen spijt-maatregelen” snel en aantoonbaar energie kunnen besparen.

Als gebouwbeheerder moet je veel bordjes omhoog houden. Je moet voldoen aan steeds strengere energie- en klimaatwetgeving (zoals EPC NR), structureel en kostenefficiënt onderhoud organiseren (via onder andere conditiemetingen en MJOP’s) én tegelijk de energiekosten onder controle houden met gerichte energie-audits. In de praktijk lopen deze trajecten vaak door elkaar, terwijl de bijhorende data verspreid zit over verschillende systemen en rapporten. Het overzicht raakt zoek en dat kost tijd en geld.

In 2010 onderzocht Factor4 als eerste Belgische adviesbureau de toen relatief nieuwe en veelbelovende Nederlandse norm NEN 2767. Deze norm maakt het mogelijk om de technische staat van bouwdelen en installaties eenduidig, objectief en reproduceerbaar vast te stellen.